LeoFoto Summit LM-324C

De benen van Leo

Gepost op 08 juni 2020

Leo heeft er drie. Ik maak er graag gebruik van. Ik ben namelijk wel een liefhebber van statieven. Of: ik ben een liefhebber geworden, want ik fotografeerde vroeger vrijwel alles uit de hand. Dat is lekker snel maar vooral ook: je kunt makkelijk van standpunt veranderen. En je kunt je er heel goed in trainen – net als een scherpschutter. Foto’s maken bij toneelvoorstellingen of bij avondlicht in de stad trainen een vaste hand. Mijn oude analoge Olympus OM2 had een spiegel met een speciale schokdemper om de klap op te vangen. Mijn eerste Canon EOS 650 had een bijna perfecte handligging en later ook nog een lens met stabilisatie. Het werd alleen maar beter en een statief had je nooit nodig.

Moonrise over NEMO-Amsterdam – 2006. Met 1/6 seconde uit de hand. En een bak ruis vanwege 1600 ISO uit een EOS10D

De foto hierboven van Nemo in Amsterdam is met 1/6 seconde uit de hand genomen. Vanaf een bootje. Dus de moderne camera’s zijn zo goed in de hand te houden en zijn de diverse soorten van beeldstabilisatie zó goed doorontwikkeld dat je meer dan ooit uit de hand kunt fotograferen. Stabilisatie gaat tegenwoordig tot 5 stops!

Waarom is het statief dan zo in opmars? Waarom het gesjouw met wéér een duur accessoire voor lief nemen?

De terugkeer van de driepoot

Als je de camera op een statief zet, geef je jezelf alvast meer rust om naar de compositie te kijken. Zo werkt dat, in ieder geval bij mij. Ik ben dan ook anders gaan fotograferen. Het heeft een beetje hetzelfde effect als voor het eerst op het matglas van een 6×6 camera kijken, waar links en rechts gespiegeld zijn – je bekijkt en benadert je onderwerp anders.

En waar ik vroeger trots was op mijn bijna scherpe foto’s met 1/6 sec uit de hand, zet ik nu mijn statief neer om te kijken hoe ik het onderwerp ga fotograferen. 

Er is nog een andere goede reden om een stevig statief te hebben: lange telelenzen. Vogeltjes, herten, hazen, roeiers op de bosbaan… Met een 300 of 500mm uit de hand schieten kán wel maar is vaak niet helemaal optimaal. Gelukkig helpt de moderne techniek met stabilisatie een hoop om ook scherp te kunnen schieten met een lange telelens maar dan is er nog een tweede goede reden: het gewicht. Want elke lange-lens-camera-combi weegt snel meer dan 5 kilo. Na een uurtje ben je daar wel klaar mee (en anders je armen wel).

Een statief kopen is dus geen vrijdagmiddag-tussendoor-klusje. Zeker niet als je op zaterdag alweer twijfelt aan je keuze. Dus begin je op zondag vast te zoeken naar reviews en video’s. Dan kom je er al snel achter dat ook reviewen meestal gewoon reclame maken is.

Dat zou deze review misschien ook wel zijn, ware het niet dat dit statief gewoon de uitkomst van mijn zoektocht is. 

In het begin van de fotografie was een statief een vast onderdeel van een foto-uitrusting. Met belichtingstijden van een paar minuten en later nog altijd een paar seconden was een degelijk essenhouten statief een vast accessoire van de fotograaf. Toen camera’s steeds draagbaarder werden was een statief ook steeds minder een ‘must’. Iedereen kent wel de foto’s uit de jaren dertig van de vorige eeuw waarop de fotojournalisten met een SpeedGraphic platencamera rond een filmster drommen. Met enorme flitsers, alles uit het handje geschoten.

Statieven waren dus voor studiofotografen met oude grote studiocamera’s. Voor kleinbeeld en middenformaat was dat niet meer nodig. Uit de hand kon bijna alles – helemaal toen film gevoeliger en fijnkorreliger werd, de reflexcamera’s betere demping van de spiegel en sluiter kregen en de sluitertijden tot 1/8000 sec bereikt konden worden. Candid-fotografie en veel reportagewerk kan niet met een statief.

Een statief kopen is dus geen vrijdagmiddag-tussendoor-klusje.

Uiteindelijk had ook ik een statief nodig en dat ik kocht in 1980 voor een soort studioklus in mijn eerste baan. Het werd, na het omkeren van mijn spaarpot, een series 2 Reporter Compact Performance van Gitzo. Naast de Studex serie was dit niks maar ik vond het een wonder van stabiliteit en het voldeed prima bij het fotograferen van skies en wintersportartikelen met een gehuurde flitsinstallatie.

Die trend is nu wel weer helemaal omgedraaid. In alle soorten fotografie zie je statieven weer terugkomen. Vreemd is dat niet: statieven worden lichter en sterker en de huidige stand van de fotografische technologie laat je elke vorm van onscherpte genadeloos zien. Bovendien is er weer meer aandacht voor een rustige beeldcompositie, maken van belichtingstrappetjes en het gebruik van 10-stop ND filters zodat je 3 minuten kunt belichten op klaarlichte dag.

Ik doe mee met die trend. En hoewel ik mijn afgetrapte Gitzo uit 1980 nog heb, is deze met ruim 3 kilo niet echt een lichtgewicht en verre van comfortabel in gebruik. Tijd voor een zoektocht.

Leofoto in de mist
Wachten. Wachten op de zon. Wachten tot de mist een tikkie optrekt.

Overvloed in de Carbon-era

Wie nu een statief wil kopen heeft een bijna oneindige keuze. De bekende merken van weleer bestaan nog steeds en produceren topkwaliteit. Dan nog wat kleinere merken uit bijvoorbeeld Duitsland en Amerika, en dan is er een enorm aanbod uit China. Het merendeel daarvan is bijna merkloos – als ik zou willen heb ik morgen een keurig assortiment statieven op eigen naam.

Vrijwel alle statieven worden tegenwoordig van carbon, koolstofvezel versterkte kunststof, gemaakt en het heeft aluminium vrijwel overal van de markt verdreven, want carbon is lichter en stijver. Alleen kun je niet zeggen ‘carbon, dan zal het wel goed zijn’. Er is een flink verschil in kwaliteit en dat zie je er aan de buitenkant niet direct vanaf. De kwaliteit van de vezels, de manier van verwerken, het aantal lagen dat over elkaar is gewikkeld, de diameter van de buizen – het heeft allemaal invloed. Heel erg op de stijfheid maar ook op de duurzaamheid.

Ik heb dan ook lang zitten zoeken naar ‘het beste statief’. En ik weet het, elk statief is een compromis en elke keuze van een bepaald model is óók een compromis. Ik zal maar niet beginnen aan het omschrijven van de afvalrace… Ik zal mijn uiteindelijke keuze uitleggen aan de hand van mijn wensen.

Dit is ’m, de Leofoto Summit LM-324C

Op een beurs in Antwerpen kreeg ik de kans om van alle merken eens  wat vast te pakken en aan poten te draaien, in te schuiven, te voelen en af te wegen. En ik was eigenlijk ook nog even – ik ben er nu toch – bij Leofoto gaan kijken. Weer zo’n Chinees merkje van veel-voor-weinig. Maar dat bleek al snel een grote vergissing. Blij verrast door het ruime assortiment, de meer dan keurige afwerking en de degelijkheid die er vanaf straalde. 

Wat ik zocht was een statief dat zonder kop onder de 2 kilo zou blijven, ongeveer 155 hoog, helemaal uitgeschoven stabiel en stevig zodat een zware telelens zich er ook nog op thuis voelt en ongeveer 50cm in opgevouwen toestand.

De trend in statievenland is ‘compact’. Het is de trend waar ik dan weer niet aan mee doe. Compact betekent dat je de poten als drie buizen bundelt en ze bovenaan met een kleine ‘spider’ bij elkaar brengt. Ik ben van mening dat dit voor langere lenzen een te fragiele combinatie is en helemaal als je je statief ook op stahoogte gebruikt. De krachten die er dan op de scharnierpunten komen zijn dan zó groot dat je problemen krijgt met de stabiliteit.  Op zoek dus naar een grote spider – die vind je in de Summit en de Mountain series. Wie toch voor compact wil gaan kan zijn hart ophalen bij de Ranger serie…

Spiders?

Een grote spider heeft ook nog een verwisselbaar ø100mm plateau. Dat lijkt een beetje overkill maar er zijn drie heel goede redenen voor. De eerste is dat je er ook een ‘bowl’ in kunt zetten (die wordt zelfs meegeleverd) om een videokop of met een losse leveler snel de kop waterpas te kunnen zetten. Voor mij telt meer dat je kunt er ook heel snel uitwisselen met een ander plateau met een andere kop. Wil je je balhoofd wisselen voor een schommelkop? Losdraaien, lock uittrekken en wisselen. 10 tellen, meer heb je er niet voor nodig. Dat is héél veel sneller dan de kop losdraaien en een ander er op te zetten, zeker als je ook de kop netjes verzegelt met de lock-inbus – iets dat ik iedereen van harte kan aanbevelen. Die 100mm is een beetje de standaard – mijn Gitzo plateau past er keurig in, al mist die de lock-functie.

Ook bestaat er nog de optie om er een middenzuil in te plaatsen. Dat is natuurlijk weer zwaarder en kan op reis in de weg gaan zitten. Maar als je ook studiowerk doet is een middenzuil bijna onmisbaar en de keus mét of zonder afhankelijk van de wensen te kunnen maken is ideaal. Zo heb je een duizendpoot met drie benen.

Het plateau heeft ook, zoals het hoort, een lock-inbusje om te voorkomen dat je kop spontaan losdraait. Nouja, spontaan: meestal draai je de boel zelf los, als je je kop netjes hebt ingesteld en vastgezet en dan toch de camera iets naar links wil draaien. Zelfs de stroeve kunststof ring op het plateau kan dat toch niet helemaal voorkomen. 

Wissel je dat nooit en wil je geen middenzuil, dan is de hele constructie met lock button en verend heveltje alleen maar gevoelig voor zand en rommel en zit het een beetje in de weg. Het is ook nooit goed – maar ik vind een verwisselbaar plateau een enorm pluspunt, om niet te zeggen een deal-breaker.

Hoger is beter, maar hoe hoog dan?

Een heel hoog statief is mooi. Je kunt soms standpunten krijgen die je anders lastiger kunt gebruiken maar het is ook fijn als je niet heel erg moet bukken om door de zoeker te kunnen kijken. Als je op een helling staat is een statief met lange poten ook heel prettig, je moet immers de poten inschuiven om de zaak ‘level’ te krijgen. De LM-324C is 145cm hoog en dat lijkt wat kort voor iemand van 188cm maar er komt nog iets van 8cm kop bij en dan de camera zelf nog. In het veld heb ik altijd precies genoeg – en het grote voordeel is natuurlijk het gewicht. Eén sectie meer in de poten of veel langere en het gewicht van het statief zit alweer boven de 2 kilo – zonder kop. En om een statief in een koffer te kunnen meenemen of zelfs als handbagage in het vliegtuig is de ingeschoven maat ook nog belangrijk.

Een statief geeft je meer rust om een compositie te bepalen.

Mag het ietsje meer zijn?

In een winkel of op een beurs kijk je natuurlijk naar statieven die zijn uitgestald en kijk je niet naar de toetertjes en belletjes. Toch is het aardig dat als je de doos thuis openmaakt er de nodige verrassingen te vinden zijn. Dat er een ‘bowl’ bij zit voor een videokop zei ik al, maar er is meer. Zo zit het statief in een keurige en goed bruikbare tas, zit er een tooltje bij om de inbus schroefjes strakker te zetten (en een kroonkurk van een flesje te wippen) en zijn er stevige RVS-spikes meegeleverd. Die spikes geven op rotsen meer grip maar ook op bosgrond is het heel prettig werken. Je prikt ze in de grond en er zit geen beweging meer in. De standaard rubber dopjes verwissel je probleemloos voor de spikes. Netjes is dat er een klein O-ringetje op de schroefdraad zit dat de dopjes en de spikes borgt tegen lostrillen. 

De poten zijn overigens netjes in drie verschillende hoeken te gebruiken. Je trekt daarvoor het borg-clipje naar achteren en dat blijft keurig uitgetrokken tot je de poot naar een andere stand verzet en weer dicht doet. Dan trekt een veertje de grendel op zijn plek met een aangenaam solide klik. 

En minder dan?

Beeldhouwen is heel makkelijk – je haalt alleen maar weg wat je niet nodig hebt. Daar zijn nogal wat varianten op gemaakt. Statiefbouwers zullen ook wel ergens een tegel met deze wijsheid hebben hangen. Bij Leofoto doen ze hun best om hier heel kunstig mee om te gaan. Alle aluminium onderdelen zijn prachtig uit een massief blok metaal uitgefreesd in de CNC-machine. Hiermee kun je heel wat gewicht besparen. De echte kunst is om dat zo te doen dat het niet ten kostte gaat van de stabiliteit. Minder is in dit geval dus echt beter. En voor wie het zich afvraagt: die schroefdraad is bedoeld om een accessoire-arm in te kunnen monteren. Ook een van die slimme extra’s van Leofoto.

Luchtig ontwerp

Helaas ging de geplande trip naar Schotland in het voorjaar niet door, werden alle beurzen afgelast, waren de reismogelijkheden heel beperkt en ging de tot oktober uitgestelde trip naar Schotland óók niet door. Het statief heeft daarmee een betrekkelijk rustig jaartje gehad. Neemt niet weg dat ik de degelijkheid, de bijzonder doordachte uitvoering, de opties, de overcomplete levering en de slimmigheidjes erg heb kunnen waarderen tijdens mijn fototripjes door de Noord Hollandse duinen, de bossen en de wandelingen in het rivierengebied.

Made in China is inmiddels geen enkele reden om te denken dat het van een mindere kwaliteit is, minder nauwkeurig gemaakt is of eenvoudiger van opzet is dan de bekende merken die al een halve eeuw meedraaien. 

Nawoord

Nu verwacht je misschien een mooie samenvatting van het bovenstaande? Dat lijkt me niet nodig. Je hebt kunnen lezen dat ik blij verrast werd door de kwaliteit die het statief uitstraalde bij de eerste ontmoeting en dat gevoel is na 3/4 jaar gebruik absoluut niet veranderd. Ik kan de statieven van Leofoto echt aan iedereen aanbevelen – ook als je eisen heel anders zijn dan die van mij, want het aantal modellen dat ze maken is enorm. 

Ik heb een heel ander toetje. Ik heb namelijk van de importeur een statiefje te leen gekregen dat gebruikt wordt als accessoire in de fotoshoots. Voor het serieuze werk wil je natuurlijk een stevig statief met dikke poten hebben, maar op reis met een bridge-camera is een licht statiefje voor een selfie of een nachtfoto van de Eiffeltoren een stuk makkelijker.

Ik moet hier nu met enig schaamrood op de kaken verklappen dat zo’n mini-statiefje van 900 gram best een behoorlijke zwaargewicht is. Niet om je gimbal met 500mm op te zetten natuurlijk, maar als je een bridge-camera hebt of een lichtere systeemcamera met een standaard-zoom, voor macrofotografie, voor die keren dat je geen groot statief mee kunt of wil sjouwen de bergen in of voor je citytrip: de stevigheid van de Ranger LS-244C is uitzonderlijk. Het is ook geen echt ‘budget’ satiefje want het is net zo degelijk en precies gebouwd als de grote broers maar het is absoluut een aanrader. Met de meegeleverde losse middenzuil komt ie helemaal uitgeschoven zelfs tot 150cm maar ik geloof niet dat je dáár al te vaak gebruik van gaat maken. Maar het kan, het kan. De kop is voor een compacte camera goed te gebruiken maar de éénknopsbediening maakt het wel wat erg simpeltjes.