Neist Point from above

Kiezen betekent keuzes maken

Gepost op 21 maart 2020

Ik begon dit verhaal te schrijven toen ik me aan het voorbereiden was op onze volgende zomervakantie. We hadden de boot naar Harwich geboekt op 1 mei en eenmaal aan de overkant konden we nog alle kanten op. Wales? Schotland? Peak District? Lake district? Er is nog zoveel van het Verenigd Koninkrijk door ons onbewandeld – we kunnen daar nog jaren heen zonder ons te vervelen.

Door de tussenkomst van het corona-virus is het not-to-go-there geworden. En vermoedelijk betekent dat voor de hele toeristenindustrie een uiterst stil jaartje. (ondertussen zijn het er al twee) Hoe dan ook heeft dit verhaal over keuzes maken verder niets met de pandemie te maken.

Vakanties voerden ons in de jaren 80 al naar plekken gingen waar geen hond wenste te komen: het noorden van Europa. Scandinavië, daar is het koud, nat en wordt je opgevreten door de muggen – scandinaviëgangers waren een apart slag mensen die gezellige Franse terrasjes en de warmte van de Middellandse zee nog niet ontdekt hadden, zo was de algemene teneur. De Lofoten waren al sinds ik A Descent into the Maelström van E. A. Poe las, met een rode punaise op de kaart geprikt. Spitsbergen en IJsland leken onbereikbaar en Schotland, de Shetlands en de Hebriden waren in mijn fantasie nog maar net van de vikingen ontdaan maar je kon ze bij wijze van spreken nog ruiken. Kortom: het land van onze dromen.

Toch heeft het heel lang geduurd voordat we het kanaal eindelijk een keer overstaken. Misschien wel omdat ik het vermoeden had dat ik daarna verloren zou zijn.

Zoek maar op, Skye – places to visit. Neist Point, Old man of Storr, The Old Bridge, Fairy pools, The Fairy Glen. Er zijn inmiddels oneindig veel foto’s van genomen. Het zijn stuk voor stuk bijzondere plaatsen, Skye is een bijzonder eiland met een bijzondere geschiedenis.

Nu gaat het verhaal niet per se over Skye – het kan overal zo gaan. Maar op Skye liep ik er voor het eerst tegenaan.

Take the long way

We waren op reis in ons busje en bezochten voor de eerste keer Schotland. De route erheen was door allerlei bijkomstigheden niet de kortste.

Het plan was om veel te wandelen. Het Vernigd Koninkrijk heeft van een uitgebreid wandel-netwerk van vaak eeuwenoude paden. In het verleden waren de plaatsjes en ‘nederzettingen’ vooral per boot bereikbaar. Wegen zijn lastig aanleggen op de ruige eilanden terwijl de waterweg er voor je ligt. En voor een vissersvolk was het met een bootje toch echt de makkelijkste manier om ergens te komen.

Zo kwamen we niet op Skye aan over de brug die de eilanden sinds 1995 heeft ontsloten, maar via de pont van Mallaig naar Armadale. Je komt dan op het ondergewaardeerde zuidelijke deel van Skye uit: het schiereiland Sleat. Zo begon een vakantie op de ‘inner Hebridies’ met lange wandelingen in een laag tempo op gang te komen. Het is een van de minder bezochte delen van het eiland en in de eerste week van mei moet het eiland ook nog grotendeels uit de winterslaap ontwaken.

We hadden de stafkaarten in de telefoon en op de iPad staan en er waren een paar stukjes van het eiland die me fotografisch wel leuk leken – maar ik had me niet erg verdiept is de hoogtepunten van Skye. Zoals eigenlijk altijd: we reizen niet met een strak plan en hebben geen lijst met locaties af te werken. Bij elke kruisting kunnen we opnieuw kiezen. Zoals de wind waait of wat leuk lijkt. In de vakantie mag toeval een rol spelen.

Zo kwamen we na een paar dagen op de weg naar Glenbrittle voor een lange wandeling naar Loch na h-Airde dat een soort scheepswerf van de Vikingen moet zijn geweest. Onderweg kom je dan langs de Fairy Pools. Daar had ik dan weer niet echt van gehoord, maar de single track was aan weerszijden ineens flink van paaltjes voorzien maar ook lagen er naast de weg diepe uitgesleten geulen. Ik kon het niet goed thuisbrengen, maar op de terugweg stonden er, tussen de paaltjes en ondanks de diep uitgereden bermen tientallen auto’s geparkeerd.

Twee jaar later zijn die paaltjes zo goed als verdwenen en is er een parkeerverbod van kracht. Parkeren kan nu op de inmiddels aangelegde parkeerplaats met plek voor een paar honderd auto’s.

Waarom? Waarom in de middle of nowhere een enorme parkeerplaats aanleggen?

Ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat instagrammers, vloggers en bloggers maar ook de ouderwetse landschapsfotografen allemaal op zoek zijn naar de iconische foto waar ze het mee gaan maken. Soms zijn ze blij met 4 likes van wat ooms en tantes, anderen niet helemaal tevreden met sub-10K likes omdat zij er voor bijna dezelfde foto wél zoveel kreeg. Ondertussen vertrappen ze het land en veranderen zo permanent het landschap. Op de luchtfoto’s van Google kun je hieronder zien.

Linksom of rechtsom?

Ik heb het antwoord op dit probleem niet. Er zijn zoveel mensen die hun bestaan lijken te danken aan op reis gaan en er zijn zoveel mensen die hun bestaan danken aan die mensen die op reis gaan. Toerisme is voor zowat elke plek die niet meer economisch zelfredzaam is dé oplossing. Zorg dat er vreemdelingen naar je toekomen en ze hebben zakken met geld bij zich dat ze aan jou gaan uitgeven. Als alternatief voor een groot deel van jaar op zee ronddobberen en hopen dat er wat te vangen is kan ik me het ook wel voorstellen: toeristen zijn aanzienlijk eenvoudiger te vangen met een goede ‘tourist trap

Toch maak ik me zorgen over de gevolgen van het massatoerisme – of misschien wel het toerisme in algemene zin. De veranderingen in de sociale structuur, de aanpassingen aan het landschap, bebouwing, extra winkels, extra faciliteiten – het heeft allemaal permanent invloed op de omgeving. Wie in de jaren zestig naar het Spanje van Franco af dorst te reizen kon nog prachtige vissersdorpjes ontdekken waar je een vreemdeling was. Nu staan daar vervallen flats – betonnen kolossen waar niemand meer in wil logeren. Het geld is verdiend, door de geldschieters, niet de lokale bevolking, zonder ook maar een seconde over deze toekomst na te denken. Zo ziet toerisme er dus óók uit.

Ik heb wel eens gedacht dat ik geen toerist ben maar een reiziger maar dat is een nogal hooghartige misvatting. Linksom of rechtsom ben ik óók gewoon een toerist. Ik hoef alleen geen disco op de camping. Ik hoef zelfs geen camping. Maar toch: ook ik ben gewoon een toerist. Ik gedraag me zo stil en netjes mogelijk maar mijn aanwezigheid is nét zo storend als van al die andere mensen. Het is het aantal dat er toe doet, méér nog dan wát die mensen doen.

Bij Fairy Pools ben ik niet uitgestapt. Ik ben een stuk verder bij het ‘mountain rescue station’ gestopt, heb mijn bergschoenen aangetrokken en ben een flink eind de helling van Sgùrr Dearg opgewandeld – totdat het klimmen moest worden, tegen een eindeloze puinhelling. Maar daar zie je dan op zo’n dag helemaal niemand. Toch is de Black Cuillin ook doel van een enorm aantal mensen die nog wat fitter is en helemaal omhoog wil. En op zo’n klein richeltje is 10 man al massatoerisme.

Maakt het uit wat ik kies?

Ik kies ervoor om binnen Europa op vakantie te gaan en niet te vliegen. Verre oorden lijken me prachtig maar ik heb geen bucketlist die leeg moet. Ik wil ook niet bij de Masai Mara in de rij gaan staan om de gnoes in de diepte te zien verdwijnen, op de Kilimanjaro naar boven strompelen of pinguins te zoeken op de Falklands. Het is er al druk genoeg.

En hoewel ik iedereen en exotische vakantie gun en niemand het uit zijn hoofd zal praten om zulke reizen te maken denk ik dat iedereen voor zich wellicht eens moet bedenken waar zijn of haar volgende voetstappen komen te liggen.

Het leven van de reiziger is de afgelopen 50 jaar enorm vergemakkelijkt. Bijna overal is alles wel min of meer geregeld en de kans dat je langer dan een week zonder mobiel netwerk of internet moet doen is gering. De Mac is altijd om de hoek en je hoeft vrijwel nergens te onderhandelen met een tandelozen en onverstaanbare bootsman om de rivier over te komen.

Dat gemak heeft heel veel mensen de wereld over laten reizen – mensen die het anders te oncomfortabel hadden gevonden of te eng. En dus is er bijna overal de angel uitgehaald. Gedoseerd avontuur. Een beetje ‘de gevaarlijktse wegen van de wereld’ voor de gewone man. Een diepe kuil en langs een randje rijden en een huilbui zijn het het Grote Gevaar.

Ondertussen is het ook op heel veel plekken in Europa onaangenaam druk geworden. Venetië en zijn problemen kent iedereen maar in Schotland heb je de NC500 waar je in de zomer als local nergens meer komt omdat je in een lange optocht grote witte huurcampers rijdt. Op IJsland mag je niet meer wild kamperen, mag je bepaalde wegen niet meer op, mag je een heleboel niet meer terwijl je tegelijkertijd naar de watervallen wordt gelokt via een makkelijk te volgen weg met aan het eind een riante parkeerplaats. Die ligt er nu voor eeuwig, behalve als en vulkaar er eens zijn tanden laat zien.

Moet ik dan maar thuisblijven om de locals in verre streken en kleine dorpjes met rust te laten? Helaas is dat ook de oplossing niet. Eigenlijk is het enige dat ik weet, dat we de toeristische draagkracht van heel veel plaatsen overbelasten, of ik nou wél of niet op reis ga.