De Killing fields van Slagerij Janssen

dama-dama-huntOver de Amsterdamse Waterleiding Duinen (AWD) is de laatste tijd een hoop discussie. Er is wetenschappelijk geconstateerd dat er teveel damherten op een te klein gebied leven. En dat kan niet. Want omdat er een hek om de duinen staat, kunnen de hertjes die zichzelf teveel vinden of van meer rust houden het gebied niet uit. Dat hek is om overlast en ongelukken te voorkomen. Dus blijft alles wat geboren wordt en niet vanzelf doodgaat, binnen die hekken rondbanjeren en een beetje grazen. Ik hoor uiteenlopende getallen maar in 2009 waren het er ruim 1000 en nu al meer dan 4000. In ieder geval is het zo dat de populatie het bijzonder goed doet in de laatste 25 jaar.

Last, overlast en gevaar

Damherten in de weilanden rond de AWD - 2010
Damherten in de weilanden rond de AWD – 2010

De herten zijn met zoveel dat ze de veel kieskeuriger reeën in de weg zitten. Bovendien zijn reeën veel schichtiger en laten zich niet zomaar tot op 10 meter naderen. Ondertussen begrijp ik dat er in de reeënpopulatie niet veel verandering zit. Het worden er niet per-sé minder door de druk van de damherten. Ze zoeken alleen wel de dieper gelegen gebieden op. Een natuurlijk proces.

Damherten eten in de winter graag schors en dat is bijzonder onaangenaam voor de boom die het betreft. Maar zonder heel uitgebreid en langdurig ecologisch onderzoek zullen we daar ook niet snel zicht op krijgen hoe sterk dit veranderingen in de biodiversiteit veroorzaakt. En dan nog: zou afschot om de populatie tot 600 dieren terug te brengen daar veel aan veranderen?

Het gevaar en de overlast zijn bijna geheel tenietgedaan door het hek dat vrijwel de hele AWD omsluit. Sinds het het er staat heb ik nooit meer een damhert in een weiland zien liggen en ook geen aangereden hert meer gezien. Het gat in de omheining dat er voor zorgt dat een van de groepen regelmatig gaat stappen in Zandvoort lijkt ook geen onoplosbaar probleem (en jagen is daarvoor in ieder geval geen oplossing).

A cunning plan!

Damherten eten in de winter graag wat schors
Damherten eten in de winter graag wat schors

Nu is er een onderzoek gedaan, een telling en nog een telling en het is echt zo: volgens de deskundigen zijn er teveel. Er is niet al teveel fantasie voor nodig om te bedenken dat het aantal mogelijke oplossingen beperkt is. Zelfs als je de oplossing ‘op een trein naar Hongarije zetten’ serieus neemt. Jagen en geboortebeperking zijn de andere methoden om de hertenpopulatie in te dammen (ja, dat is een woordgrapje).

Aan de ene kant klinkt er protest van de dierenminnaars die alles zielig vinden: Dat een wolf een hert eet is zielig. Dat het hert zo naar doodgaat is zielig maar dat de wolf verhongert is óók zielig. Aan de andere kant staan de pro-actieve beheerders die van een mooi rond aantal van 600 damherten houden. De rest gaat de pan in na ‘zorgvuldig geselecteerd’ en geschoten te zijn.

Tussen deze groepen in is een grote groep weldenkende (goed ingelezen, hoor en wederhoor plegend en ze hechten weinig waarde aan de geruchtenmachines) natuurliefhebbers die afschot niet nodig vinden en dat er vooral gekeken moet worden naar de draagkracht van het terrein en de natuurlijke processen die vanzelf op een evenwichtige situatie uit horen te komen. Maar die roeren zich nauwelijks in de discussie. In ieder geval niet met spandoeken.

Zo lust ik er nog wel een.

Ik wil me even niet te druk maken over de cijfers. Wanneer er nou veel, te veel of veel te veel zijn en of het gebied het nou makkelijk aankan of dat de damherten de reeën in de weg zitten en de natuur in het algemeen vertrappen.

Ik maakte gisterenavond laat een wandeling door de duinen. Een kilometer of 8 rondgelopen en ik heb een deel van de wandeling groepen damherten geteld. Ik kwam tot de optelsom van ruim 300 dieren. Ik vond dat veel. Heel veel – op zo’n ommetje door het duin.

Ik ben ruim 7 jaar heel strikt vegetarisch geweest. Nu eet weinig tot geen vlees. Dat is geen opoffering. Ik vind veel vlees eten nergens voor nodig. Namaakvlees vind ik echter minstens zo overbodig.

Winter en sneeuw - altijd een zware tijd
Winter en sneeuw – altijd een zware tijd

Ik vind de bioindustrie een gedrocht waar ik zo min mogelijk aan bij wil dragen. Bovendien kan ik prima koken zonder vlees. Als er dan al vlees op tafel komt is dat vrijwel altijd van de biologische of biodynamische afkomst. Maar ik ben ook niet voor een verbod op vlees. Als je je bewust bent van wat je eet, koop je vanzelf al minder industrieel eten.

In dat kader kan ik me heel goed voorstellen dat ik veel liever een enkele keer een stuk damhert uit de duinen eet dan een biefstukje van een dikbilkoe die dankzij antibiotica en heel veel krachtvoer waar we het Amazonegebied voor uitmergelen in korte tijd tot duur vlees wordt opgefokt.

Misschien een simpele gedachte maar ik raak het maar niet kwijt. Er zijn veel damherten en minder damherten zou de populatie zeker niet in gevaar brengen. Hert laat zich prima eten en ik geloof toch dat een jager die zijn vak verstaat er voor moet kunnen zorgen dat er zorgvuldig bejaagd wordt. Als dat een vervanger is voor industrievlees dan kan ik er weinig tegenin brengen. En behalve als de natuurliefhebbers overtuigde vegetariërs zijn moet ook voor hen dit een zwaarwegend argument zijn.

Tel de damherten...
Tel de damherten…

Alleen lees ik over het eten van hert vooral stukken die een beeld oproepen van bloeddorstige jagers die achter de herten aan racen, schieten op alles wat beweegt en vervolgens zorgen dat het vlees op tafel komt in de Aerdenhoutse villa’s – met een goed glas wijn. Een verhaal dat volgens mij ook vooral stemmingmakerij is.

Zou de wens om de damherten in de AWD een tikkie minder overheersend aanwezig te zijn niet prima te combineren met hert op tafel en aldus iets te doen tegen de alles overheersende consumptiemaatschappij waarin we bijna 40% van al het geproduceerde voedsel weggooien (ook vlees – vier van de tien koeien worden dus zonder enige noodzaak gefokt en geslacht)?

Proost. Als ik het antwoord heb gevonden zal ik het melden.