De [P] van Professioneel

Ondanks dat een camera meer op een robot lijkt dan ooit zitten er toch meer knopjes op dan ooit. Knopjes om de camera duidelijk te maken wat jij precies verwacht of desnoods: waarvan jij vindt dat ie het zelf mag uitzoeken. Zoals de belichting bepalen…

De lichtmeter in je camera weet niet of een onderwerp donker of licht of iets er tussenin is. Omdat dat zo is gebruikt je lichtmeter altijd het concept ‘wat ik meet moet grijs worden’ vanuit het simpele idee dat je dan ergens tussen zwart en wit in zit; dan zal het wel goed zijn.

Meestal is dat ook zo. Met de Kodak Brownie die geen enkele instelling had of meer retro-modern: de Holga kun je best aardige foto’s maken omdat er altijd wel iets belicht wordt. Beetje te donker of beetje te licht – met wat nabewerking komen er toch herkenbare plaatjes uit.

Het idee dat je lichtmeter ook maar een dom ding is, is één van de gedachten dat je als fotograaf moet leren het zelf beter te doen. Vrijwel iedere cursus digitale fotografie begint dan ook met de enthousiaste vaststelling dat je je camera ook in de stand Manual leert gebruiken.

Handbediening betekent dat je op basis van de gemeten waarden gaat redeneren of je onderwerp inderdaad gemiddeld grijs is of over- of onderbelicht moet worden. Een witte zwaan in de sneeuw moet je overbelichten, een kraai in een donkere boom moet je onderbelichten. Met flinke zon tegen zou je dus moeten bedenken dat je camera minstens twee of drie stops teveel licht staat te meten en dat je dus daarvoor met de hand moet compenseren. Maar is dat wel zo? Of is mijn camera slim genoeg?

In het veld heb ik dit al zo vaak uit staan leggen (en ik moet toegeven – het uitschrijven is niet eens heel eenvoudig), maar de meeste camera’s hebben een lichtmeter die slimmer is dan de cursusbegeleiders ons willen doen geloven. Wellicht ook slimmer dan de cursusbegeleiders zelf zijn…

Ik heb mijn camera als ik op stap ben vrijwel altijd in de [P]-stand staan. Deze Program-stand laat de computer in de camera via een geavanceerd programma berekenen wat er moet gebeuren op basis van vrijwel alle variabelen die invloed op de belichting hebben. De camera houdt rekening met welke lens ik er op heb zitten, regelt naar aanleiding daarvan een bruikbare combinatie van sluitertijd en diafragma uit en als ik de gevoeligheid op auto-ISO heb staan dan is elke foto in het slechtste geval bijna goed belicht, ook als ik helemaal nergens op let. Gelukkig kan ik zonder alle instellingen door te lopen altijd met een wieltje de combinatie wijzigen en met het andere instelwiel over- en onderbelichten. Dus als ik drie tellen langer na wens te denken kan ik altijd nog helemaal de baas spelen.

De meter weet het beter

Mijn Canon (en de meeste andere camera’s met een meervlaks meting doen het op een vergelijkbare manier) gaat er vanuit dat je het onderwerp waar je op scherp stelt ook goed belicht wil hebben. In mijn voorbeeld is dat een kerkje dat behoorlijk voldoet aan het idee dat de belichting daarvan gemiddeld grijs is. Maar de zon schijnt recht in mijn lens. Dat levert een enorm hoog contrast op. De gemiddelde meting van zon en kerk zou er voor zorgen dat het kerkje bijna zwart op de foto zou komen. Wat nu?

Als ik mijn hand voor de zon houd zie ik aan de waarden die mijn camera kiest dat de zon volkomen genegeerd wordt. Ondanks de enorme overdaad aan licht die de zon op de lichtmeter stort; mijn camera weet dat dat niet de bedoeling kan zijn en kiest in alle wijsheid om alle vlakken mee te nemen in de berekening behalve het vlak met de zon.

Als je dit weet kun je misschien eens iets meer vertrouwen op de [P]-stand van je camera. De [P] van Professioneel. De [M] is overigens van Manual – dat boekje dat thuis nog in de doos van de camera zit. Lees dat eens door, vooral het stuk over je lichtmeter.

2 Comments

Comments are closed.